Beleidsplan 2020 – 2025

Inleiding:

Palliatieve zorg is zorg die gericht is op verzachting of verlichting in de laatste levensfase. Palliatieve zorg is dus van toepassing als genezing niet (meer) mogelijk is. De palliatieve terminale thuiszorg en het hospice moet worden geassocieerd met kwaliteit van leven in deze laatste levensfase, in plaats van met sterven.
Doel is uitvoering te geven aan onze missie: “Aan eenieder in diens laatste levensfase en zijn /haar naasten bieden opgeleide vrijwilligers – daar waar nodig en gewenst – tijd, aandacht en ondersteuning” De opleidingen van onze vrijwilligers zijn divers, maar voldoen aan de door VPTZ-Nederland gestelde normen.

  • Missie: VPTZ Zuidoost Friesland (Smelnehaven, hospice en thuisondersteuning) stelt zich als doel om palliatieve terminale zorg in de laatste fase van het leven aan te bieden. Dit is de zorg voor mensen voor wie geen genezende behandeling meer mogelijk is en die zich in de laatste drie tot zes maanden van hun leven bevinden. In deze fase bieden de VPTZ-vrijwilligers ondersteuning zodat deze laatste levensfase op een zo goed mogelijke manier beleefd kan worden. De vrijwilligers brengen rust en concrete hulp naast de zorg die door mantelzorgers wordt gegeven.

   Samengevat: “Aan eenieder in de laatste levensfase en diens naasten bieden opgeleide vrijwilligers – daar waar nodig en gewenst – tijd, aandacht en ondersteuning. ”

  • Visie: om onze missie mogelijk te maken bieden wij zowel hulp in de thuissituatie, alsmede hulp via ons hospice. In de thuissituatie kan een beroep worden gedaan op de inzet van een thuisvrijwilliger of team van thuisvrijwilligers. Indien verzorging thuis niet meer mogelijk is kan opname in ons hospice een oplossing zijn. Ook daar wordt deze hulp door onze vrijwilligers gegeven. In beide gevallen zal onze inzet een integraal onderdeel zijn van de zorg als geheel. Zorg is hierbij op te vatten als gemeenschapszorg waarbij informele (mantelzorg en vrijwilligersinzet in de zorg) en formele zorg naast en met elkaar dienstbaar zijn aan de zorgvrager.”

Samengevat: “VPTZ is een vorm van expressieve vrijwillige inzet en er wordt samengewerkt met beroepskrachten en mantelzorgers op basis van wederzijds belang, erkenning van eigenwaarde van een ieder en gelijkwaardigheid.”

 

Uitgangspunt van palliatieve zorg door VPTZ:

In hun laatste levensfase kunnen mensen die ongeneeslijk ziek zijn, kwalitatieve zorg en ondersteuning krijgen van VPTZ-vrijwilligers. Die vrijwilligers ondersteunen tegelijkertijd de vaak al zwaar belaste mantelzorgers. Mede hierdoor heeft de zieke meer tijd om samen met zijn/haar dierbaren (familie, vrienden en mantelzorgers) gesprekken en/of momenten te hebben die er wezenlijk toe doen. Zo draagt VPTZ ertoe bij dat er onthaast kan worden, terwijl de normale dagelijkse beslommeringen wel doorgang kunnen vinden.

De vrijwilliger hoeft immers uit zichzelf niets, die “is er gewoon” en vult de leemtes op die tijdens dit proces ontstaan. De cliënt is in dit proces leidend. Wanneer er iets gevraagd wordt, kan de vrijwilliger daarop anticiperen. Het gaat er om wat de cliënt op dat moment het liefste heeft. Een kopje thee, dan wordt er een kopje thee gezet. Of (samen) naar muziek luisteren, een verhaal (voor)lezen of gewoon niets. De vrijwilliger past zich hierin aan. Vrijwilligers en professionals werken samen voor de beste ondersteuning en versterken elkaar hierin.

Doelstelling:


De stichting heeft ten doel: het bieden van hulp, ondersteuning en palliatieve zorg aan terminale patiënten en aan hun verwanten, en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
– het geven van aanvullende hulp, zorg en begeleiding aan terminale patiënten in de thuissituatie;
– huisvesting geven in een hospice om daar de benodigde hulp, ondersteuning en zorg te verlenen;
– het verkrijgen van voorziening en begeleiding van terminale patiënten;
– het werven, selecteren en inzetten van vrijwilligers ten behoeve van de hierboven genoemde
taken;
– het geven van voorlichting over sterven thuis en/of in het hospice;
– het aansluiten op en het samenwerken met instanties en groeperingen die op hetzelfde of
aanverwante terrein werkzaam zijn;
– alle andere activiteiten die tot het doel bevorderlijk zijn.

Het uiteindelijk doel dat we willen bereiken is dat iedereen die ons in de laatste levensfase nodig heeft, ons weet te vinden en gebruik kan maken van de diensten die wij bieden.

Hiertoe stellen wij onszelf de volgende vragen:

–           wat willen we bereiken;
–           wie willen we bereiken;
–           wat is onze boodschap;
–           waar willen we naar toe;

–           welke opleidingen zijn noodzakelijk/wenselijk;
–           hoe en welke middelen en media moeten we inzetten om dat totale doel te bereiken.

beleidsplan

De consequenties van onze missie en visie is dat we moeten zorgen voor:

  1. voldoende vrijwilligers:[zonder voldoende vrijwilligers zijn we niet instaat deze missie en doelstelling waar te maken.]
  2. een goede financiële basis en een goed financieel beheer.
  3. goede naamsbekendheid bij de mantelzorgers, de professionele zorgverleners /verwijzers, het grote publiek.

Welke gevaren bedreigen ons om onze doelstelling (missie en visie) waar we voor willen staan waar te blijven maken.

  1. consequenties van maatschappelijke ontwikkelingen,
  2. personeelsgebrek in de professionele zorg,
  3. vergrijzing met toename van ernstig zieken met een toenemend beroep op palliatieve zorg,
  4. individualisering van de samenleving,
  5. minder in de omgeving wonende mantelzorgers, dubbele banen, gebroken gezinnen enz.,
  6. onvoldoende aanwas van vrijwilligers of een toenemende uitstroom daarvan,
  7. veranderende [afnemende?] financiële input.

Daaraan gelieerd de vraag: Wat betekenen al deze ontwikkelingen voor

  1. gebouw, capaciteit, aanwezige voorzieningen, onderhoud, internet, dossiervoering…
  2. thuisinzetten
  3. verzorg-verpleeghuizen
  4. financiën: subsidie VWS, sponsoren, goede doelen acties, kerken, uitgaven.
  5. verwijzers,
  6. samenwerking reguliere thuiszorg
  7. vrijwilligers, werving, scholing, motivatie, teambuilding…
  8. samenwerking landelijke VPTZ
  9. contact gemeentes in werkgebied.
  10. onze gasten.

Algemene vragen: Wat willen we bereiken? Wat is onze boodschap? En hoe gaan we dat doen? En welke bedreiging komen we tegen?

Speerpunten:

Naamsbekendheid: De lage naamsbekendheid en de beperkte bekendheid met de diensten van VPTZ- vrijwilligers is met name voor de thuisinzetten een probleem, het hospice is maatschappelijk meer bekend.
Verwijzers: De waardvolle ondersteuning en ontzorging die VPTZ-vrijwilliger in de laatste levensfase kan betekenen, dienen bij de verwijzende instanties meer bekendheid te krijgen. Zij horen ons te kennen en ons zoveel mogelijk aan te bevelen bij hun patiënten/cliënten waarbij de nadruk gelegd kan worden op de voordelen bij de inzet van vrijwilligers thuis en/of een eventuele opname in het hospice.

Het publiek: Ook bij het grote publiek zou onze bekend moeten zijn. Een van de acties voor de komende jaren is om onze naam en doelstellingen onder een groter publiek herkenbaarder te maken.               Mede daarom hebben we in 2020 een naamswijziging doorgevoerd en is onze werknaam gewijzigd in     “Smelnehaven, hospice en thuisondersteuning”.

Onze uitd(r)aging:
Het eerste uitgangspunt is dat iedereen, vrijwilliger, bestuurder en coördinator dezelfde boodschap uitdraagt. Dat betekent in de praktijk dat wanneer wij de zorg voor een palliatieve cliënt krijgen, wij samen er voor dienen te zorgen dat:

  1. De bij de cliënt en naasten gecreëerde verwachting waargemaakt (kunnen) worden.
  2. En dat we ook doen wat we verteld hebben.
  3. Een duidelijke scheiding houden tussen de uitoefening van professionele zorg en vrijwillige ondersteuning.

Ten tweede moeten we ‘de wereld’ laten zien wat onze betekenis en toegevoegde waarde is.

  1. De beste reclame is betrokkenen aan het woord te laten, die weten wat wij voor de palliatieve patiënt en hun naasten kunnen betekenen of al hebben betekend.
  2. Families die gebruik van onze diensten hebben gemaakt, kunnen door mond tot mondreclame veel goeds bereiken.
  3. De nabestaanden een podium geven. Dat kan via een interview of ze kunnen hun ervaring met VPTZ op papier zetten zodat wij hier een bundeling van verhalen krijgen die we eventueel kunnen laten afdrukken. Of als columns kunnen gebruiken (story-telling).
  4. Regelmatig een aantal verhalen naar de media sturen en die ook in de nieuwsbrief verwerken en op Facebook en onze website plaatsen.

Wie willen we bereiken?


Interne doelgroepen:
Coördinatoren, vrijwilligers, reguliere thuiszorg, geconsulteerde [huis]artsen en bestuursleden.
Hoe bereiken we hen: via overleg en vergadering, nieuwsbrieven, mailwisseling, bijeenkomsten, op de werkvloer, intervisie.

Externe doelgroepen en middelen:    
1e         (Potentiële) cliënten.
2e         Verwijzers o.a. huisartsen, beroepsmatige thuiszorg, ziekenhuizen, transferbureaus.
3e         Mantelzorgers
4e         Potentiële vrijwilligers
5e         Maatschappelijke organisaties, kerken, gemeenten e.d.
6e         Media
7e         Sponsoren en donateurs
8e         Het grote publiek

Hoe bereiken we hen: via overleg en vergadering, nieuwsbrieven, mailwisseling, thema avonden, algemene informatie voorziening.

Waar willen we naar toe?

  • Ons hospice heeft 5 gastenkamers en één reservekamer. In principe kunnen we dus niet meer dan 6 gasten tegelijkertijd in ons hospice verzorgen zonder dat we naar een andere locatie moeten uitwijken of moeten verbouwen. Het zorgkantoor is hier geen voorstander van en het huidige hospice uitbreiden is geen optie. Om het aantal aanvragen goed te kunnen opvangen willen we extra aandacht aan de thuisondersteuning door vrijwilligers geven, zodat onze doelgroep (zijnde zowel verwijzers als mantelzorgers) ons weet te vinden en (eerder) gebruik maken van onze thuisvrijwilligers om het sterven thuis haalbaar en mogelijk te maken.

Hoe gaan we dat doen?

  • We willen werken aan een goede samenwerking met de maatschappelijke organisaties, de (thuis-) organisaties die zich professioneel bezighouden met palliatieve zorg, maar ook palliatieve units in verpleeg-, verzorgings- en ziekenhuizen. Dit om zo zorg te dragen dat mensen met een ongeneeslijke ziekte een goede kwaliteit van leven hebben in hun laatste levensfase ondanks dat dit in toenemende mate niet meer binnen de reguliere zorginstellingen (voornamelijk ziekenhuizen) mogelijk is.
  • Ons gezamenlijk inzetten om dit doel voor iedereen haalbaar te maken. We zijn geen concurrenten, maar vullen elkaar aan binnen een co-creatie.

Door (zoals gezegd) met name de thuisinzetten meer onder de aandacht brengen, willen we meer mensen in de laatste fase juist thuis ondersteunen. Gebruikmaken van bestaande en nieuwe netwerken en de (sociale) media inzetten om meer bekendheid voor met name de thuisinzetten te genereren.

Goede contacten leggen en onderhouden met zorginstellingen, artsen en iedereen die op het gebied van de palliatieve zorg een bijdrage levert. Inzicht geven over wat “Smelnehaven, hospice en thuisondersteuning” is en beoogt. De boodschap moet een functioneel en een emotioneel deel in zich hebben om doelgroepen in de breedte te kunnen bereiken. Het publiek moet weten waar we voor staan.

Het beloningsbeleid.
De leden van het bestuur ontvangen geen beloning of vacatiegelden voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.

Voor de drie parttime personeelsleden wordt de salariëring vastgesteld zoals die in de “CAO voor de Verpleeg- en Verzorgingstehuizen en Thuiszorg” is opgenomen.

De vrijwilligers die voor de stichting werkzaamheden verrichten ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen gemaakt kosten voor uitgevoerde werkzaamheden ten behoeve van de stichting.

Als de dagen van het leven beperkt zijn, willen wij met zorg en aandacht proberen kwaliteit toe te voegen aan de dagen die er nog zijn….. Thuis of in het hospice”